Geschiedenis

Uit enkele opgravingen en veel veldverkenningswerk is duidelijk geworden dat Gendt een rijke archeologische geschiedenis kent. De oudste bewoningsplaatsen die hierbij aangetroffen zijn, bevinden zich in de buurtschap Flieren en Hulhuizen en dateren uit de vroege ijzertijd. Aan de hand van de gevonden aardewerkscherven weten wij dat in de periode hierna, de Romeinse tijd, op een drietal plaatsen een continue bewoning is geweest. De daaropvolgende Merovingische periode is met twee woongebieden ook duidelijk aanwezig en vanaf de Karolingische tijd zijn langzamerhand op meer plaatsen in Gendt oude bewoningssporen aan te treffen. Naast bewoningssporen zijn ook graven aangetroffen, zowel lijkenbegraving als crematie. Deze duiden op een 2e eeuws Romeins grafveld (Angerensestraat) en een ca. 7e eeuws Merovingisch grafveld (Munnikhofsestraat, Hulhuizen).
Van de naam Gendt zijn 25 vormen bekend.

De eerste vermelding is van 793. In dat jaar geven een zekere Walter en Richlint goederen in ‘gannite marca’ aan het Benedictijner klooster in Lorsch, zo’n 20 km ten noorden van Mannheim. Ruim 20 jaar later in 814 draagt pastoor Gerward o.a. een vijftal hoeven in Gannita aan hetzelfde klooster over.
Gerward moet nog in een ander verband genoemd worden. Hij heeft een twintigtal boeken en dat wil in die tijd zegge: handschriften, nagelaten aan het al eerder genoemde klooster. Tot op heden is Gerwards boekenbezit, waarvan waarschijnlijk een paar exemplaren nog in de Vaticaanse bibliotheek te vinden zijn, de oudste bibliotheek van ons land.
Drie keer per jaar moesten de bewoners van de hoeven cijns (belasting) betalen aan het klooster. Dat gebeuren vond op de Munnikhof plaats. In de 11e eeuw vertrouwt de keizer ook de rechtspraak over het Gendtse aan de abdij toe.

Tot 1228 is Gendt bezit geweest van het klooster Lorsch; in dat jaar wordt het dorp gekocht door de graaf van Gelre. Gendt kent dan een bloeiende handel. Twee belangrijke oorzaken zijn daarvoor aan te wijzen. Niet alleen de bewoners van de hoeven uit het dorp moeten op de Munnikhof cijns betalen, maar ook uit de (verre) omtrek komen belastingplichtigen op het feest van Maria ten Hemelopneming naar hier om het hunne af te dragen. Zo wordt Gendt een regionaal economisch centrum. Deze positie wordt versterkt door de gunstige ligging aan de Waal. Het is niet onwaarschijnlijk dat juist daarom Otto II in 1233 ‘met keizerlijke en koninklijke goedkeuring’ Gendt stadsrechten verleent (Statuta Gannitensia). Als gevolg van de handelsactiviteiten is Gendt lid geweest van de Duitse Hanze, een verbond van steden met als prominente leden o.a. Hamburg, Lübeck en Bremen. Het agrarisch element is echter ook van belang gebleven.

De gewesten in ons land zijn tamelijk zelfstandig. In 1506 geeft Karel van Gelder kerspel en heerijkheid Gendt in leen aan Hendrik van Gendt met hoge en lage heerlijkheidsrechten. Het hoge heerlijkheidsrecht is het recht om doodstraffen uit te (laten) spreken. De straatnaam Galgendaal herinnert nog daaraan. In 1543 verovert Karel V het gewest Gelre. De bewoners van Gendt vragen bevestiging van eerder verleende privileges. De keizer heeft hierover advies gevraagd aan enkele hoge ambtenaren. Een antwoord is niet gekomen.

In de tweede helft van de 18e eeuw zijn er conflicten ontstaan tussen de heer van Gendt enerzijds, inwoners en het St. Sebastianusgilde anderzijds. De laatsten beroepen zich op eeuwenoude voorrechten, de eerste wil vasthouden aan heerlijke rechten. De afloop kan voor de heer van Gendt niet ongunstig genoemd worden. In deze tijd is de rol als handelsplaats allang uitgespeeld. Nu doet de steenfabricage haar intrede. Hierin, en in het agrarisch bedrijf vinden dan de meeste bewoners van Gendt hun inkomsten.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is onze plaats van oktober 1944 tot het einde van de oorlog niemandsland geweest. Bij terugkomst uit de evacuatie blijkt een groot deel van het dorp verwoest of zwaar beschadigd. Met man en macht is aan de wederopbouw gewerkt. Nu leven we in een rustige gemeenschap met meer dan 7.000 inwoners. Op sommige plaatsen is het verleden duidelijk zichtbaar gebleven.

    1. De gerestaureerde vroeg gotische gemeentetoren (tufstenen voet uit de 14e eeuw en bakstenen bovenbouw uit de 15e eeuw) nabij de protestantse kerk.
    2. De protestantse kerk, eigendom van de kerkgemeente, bestaat nog slechts uit de koorruimte, van oorsprong rijp gotisch. Het middenschip van de kerk is in 1844 gesloopt, omdat het door verwaarlozing helemaal vervallen was. Bij opgravingen zijn nog fundamenten gevonden van een oudere 12e eeuwse of nog eerdere kerk op deze plaats. Onderdelen daarvan zijn in het plaveisel zichtbaar gemaakt, zoals de omtrek, het transept en het middenschip met afwisselend zuilen en pijlers.
    3. Twee leeuwenbeelden die in latere jaren bij het gemeentehuis maar nu op de oorspronkelijke plaats bij Huis te Gendt staan.
    4. De gerestaureerde poorttoren van het voormalige kasteel Poelwijk, daterend uit de 15e eeuw.
    5. Het gilde Sint Sebastianus dateert uit de late middeleeuwen (w.s. eind 16e eeuw) en geeft feestelijke gelegenheden o.m. de jaarlijkse kermis een folkloristische kleur.
    6. De paarden- en ponymarkt. Deze markt is door de eeuwen heen een vast feest in Gendt gebleven en voor de verre omgeving van betekenis. Deze wordt gehouden op de laatste dinsdag van augustus en bepaalt het tijdstip van de Gendtse kermis, welke zowel op deze dinsdag als op de twee dagen ervoor wordt gevierd.