Excursie Baron van Brakellmuseum

Foto’s en verslag van onze laatste excursie

Onbekend, maar niet onbemind

Het museum Baron van Brakell is zo te zien een imposant gebouw met een terras erbij dat al lokt maar… binnen is veel meer te zien dan de website deed vermoeden.
De afdeling archeologie van het museum is indrukwekkend en gaat van de vroegste prehistorie tot en met de middeleeuwen met de nadruk op de Romeinse vondsten. De rondleider van onze groep, Kobus van Ingen, weet er zoveel van dat al gauw blijkt dat hij niet voor niks veertig jaar ervaring met archeologie heeft. De Betuwe is de grootste schatkamer van Nederland wat betreft de archeologische vondsten die vooral uit zandafgravingen en grindgaten te voorschijn zijn gekomen. Het museum heeft zelfs stukken die de grote oudheidkundige musea van Nederland, zoals in Leiden en Nijmegen, niet hebben. Zoals een groot tufstenen blok met een gat erin, waarin een deur van het castellum (fort) draaide. Kobus vertelt dat het grote grafveld wat laatst in het nieuws was met de grafvondsten, zogenaamd uit Tiel, eigenlijk van het plaatsje daarnaast, Echteld, is.

Naast bronzen voorwerpen, zoals heel veel fibula’s, mantelspelden, zijn er ook oude Romeinse medische instrumenten en veel aardewerk en munten uit die tijd tot en met de middeleeuwen te bewonderen. Het geheel wordt geïllustreerd door kaarten, posters met informatie en achterin een nagebouwd Romeins toilet, waar enkele bezoekers meteen op neerzijgen.

Verder is er een ruimte waar aandacht wordt geschonken aan de tempel van ons Elst met een Romeinse muurschildering. Er is ook een kaart van de limes, de grens van het Romeinse rijk die via de Rijn liep. Volgens Kobus is met de terugtrekking van de Romeinen ook de taalgrens meegegaan. In België wordt nu nog koeterwaals gesproken.
Ook de kinderen van de bezoekers blijken zich niet te vervelen. Er zijn een paar maquettes van (verdwenen) kastelen te zien, die de ontwikkeling in de bouw ervan tonen, van een boerderij met versterkte toren, een zogenaamd mottekasteel, tot een eenvoudig versterkt gebouw met woontoren tot een ‘echt’ kasteel.

Na de middeleeuwen zie je ook voorbeelden van de jamfabrieken en steenfabrieken waar vroeger het geld verdiend werd. Vooral huisvrouwen werden vroeger ingezet om de steeltjes van de kersen te halen. Voor het ontpitten was er een machine. Er werd eens aan een jongetje gevraagd wat zijn moeder eigenlijk deed. ‘Die is aan het stelen’. De Betuwse klei vormde niet de aanzet tot de steenfabricage, maar de goede transportmogelijkheden in de Betuwe. Nu behoort de laanbomenteelt in dit gebied tot de top van Europa. Bomen met kluit kosten maar een fractie meer dan zonder, wat als gevolg heeft dat langzamerhand de bodem zakt. Zo komen af en toe weer vondsten boven de grond. Aan het eind van de expositie komt nog de Tweede Wereldoorlog aan bod met allerlei oorlogstuig, een beetje als ons Museum Niemandsland.

In de kelder zijn de boerenwagens te bewonderen. Mooie wagens met alle accessoires die erbij horen zoals fraaie paardenhamen. Maar niet alleen de boerenwagens; er is gereedschap voor allerlei doeleinden zoals de fruitpluk met de bussels voor de kersen. Er zijn ruimten ingericht die tonen hoe de werkplaats van de schoenmaker eruit zag, de ‘mooie’ kamer van na de oorlog en een schooltje van vroeger. Dit zijn maar enkele voorbeelden. Er is via een trap nog op een tussenverdieping te komen, die naast een prachtig poppenhuis, voorbeelden van mutsjes, kantwerk, merklappen en nog veel meer heeft. Het duizelt bijna, dus op naar het café waar je voor schappelijke prijzen een drankje kunt bestellen en het verlokkende terras.

Achter het gebouw is nog een mooi wandelgebied met daarin het graf van de Baron van Brakell. Hij was een landbouwdeskundige die al vroeg vernieuwende landbouwmethoden toepaste, die bij de boeren in die tijd op weerstand stuitten. Tegenover het museum is nog een landgoedwinkel met eveneens een groot terras. Dus volgende keer of slecht weer uitzoeken, zodat je het museum heel goed kunt bekijken of met mooi weer heel vroeg komen. Het was voor ons een onbekend museum, maar na dit bezoek zeker niet meer onbemind.

Tekst: Yvonne de Boer, foto’s: Henk Klaassen

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *