In memoriam Tom Nahon
Genck (B) 1 april 1926 – Nijmegen 5 maart 2009
In de vooravond van donderdag 5 maart overleed Tom Nahon in het
Nijmeegse Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis. De uitvaart en
crematie waren op woensdag daarna.
Tom stond aan de wieg van de Historische Kring Gente. Hij was
aanwezig bij de eerste verkennende vergadering die eind 1982 op
initiatief van de stichting Gendt 750 Jaar Stadsrechten werd
georganiseerd. Uit dat initiatief kwam in maart van het jaar
daarop de Kring tot stand. Vanaf het begin was Tom bestuurslid
en hij zou 26 jaar lang bijna geen vergadering overslaan.
Ik leerde Tom kennen toen ik in 1965 als hospitant –
tegenwoordig zou je zeggen als stagiair – werkte op de
toenmalige Jozefschool. Hoewel ik mijn hospiteeropdracht
vervulde bij Dini (van den Bergh) Rensen en ik weinig te maken
had met Tom, viel hij me op door de moderne inzichten die hij
over leerlingen en onderwijs had. Als twintigjarig aankomend
onderwijzer meende je dat een leerkracht van rond de veertig per
definitie ouderwets moest zijn. Die misvatting bleek nog
duidelijker toen ik van 1968 tot 1975 zijn collega was. Als
onderwijzer van de zesde klas – een groep die hij bijna zijn
hele loopbaan onderwezen heeft – slaagde Tom erin de leerlingen
meer bij te brengen dan rekenen, taal, geschiedenis en
aardrijkskunde alleen. Tekenen, handenarbeid, gymnastiek en
muziek vond hij net zo belangrijk. Hij besteedde aandacht aan
‘hoofd, hart en handen’, vijftig jaar voor die term in zwang
raakte. Zijn open blik op de wereld bleek uit zijn belezenheid,
zijn reizen, zijn liefde voor muziek en beeldende kunst.
Tom groeide op in Maastricht en Gulpen. Na de HBS ging hij naar
de Rijkskweekschool in de Limburgse hoofdstad. Na het behalen
van zijn onderwijsakte deed hij twee jaar ervaring op aan een
woonwagenkampschooltje in Maasticht. Eind jaren veertig van de
vorige eeuw informeerde meester Dinnissen, het hoofd van de
Jozefschool, bij verschillende kweekscholen of die nog goede
onderwijzers wisten. Zo kreeg Dinnissen de naam van Tom en hij
nodigde hem uit – met een ingesloten retourtje Maastricht –
Nijmegen – om in Gendt te komen solliciteren. Het
sollicitatiegesprek moet tot wederzijds vertrouwen geleid
hebben, want op 1 april 1949 begon Tom zijn carrière in het
Gendtse onderwijs, een loopbaan waarin hij in 42 jaar ruim 1400
leerlingen in de banken kreeg. Tot hij in de Langstraat een
woning kocht was hij bij drogisterij Nijs ‘in de kost’. Dat het
afscheid van de leerlingen in 1991 hem moeilijk viel blijkt uit
het feit dat hij tot voor kort de school bleef bezoeken, vooral
om er foto’s te maken.
In Zuid-Limburg was Tom een fanatiek verkenner geweest, eerst
als patrouillelid, later als inspirerende vaandrig. Hoeveel
indruk hij op de jeugd van de Maastrichtse wijk Wijck maakte,
bleek uit de woorden die een oud-verkenner op de crematie sprak.
Die liefde verloochende hij niet in Gendt. Al een dag of tien na
aankomst in de Betuwe was hij aanwezig op een bijeenkomst van de
Gendtse verkennerij waar hij blijkbaar indruk maakte. Eén van de
verkenners die een stukje moest schrijven voor het logboek,
noemde hem ‘een vreemde toeschouwer’. Vreemd of niet, hij werd
verkennersleider en zou dat blijven tot de opheffing van
Scouting Gendt in 1991. Hij heeft nooit begrepen dat zo’n
bloeiende vereniging ter ziele kon gaan. Er waren genoeg leden,
maar het ontbrak aan leiders; onbegrijpelijk voor iemand die
zich zo inspande voor de jeugd. Hij voelde zich zo verbonden met
scouting dat hij de symbolen ervan gebruikte in de rouwbrief, de
overlijdensadvertentie en het bidprentje.
Hij gaf jarenlang gymles aan de jeugd van Pro Corpore waarvan
hij in 1959 medeoprichter was. Op bestuurlijk vlak was hij
actief in het bestuur van de bibliotheek en in de
beheerscommissie van het Sociaal Kultureel Centrum de
Lootakkers. Als lid van de Jeugdraad Gendt bepaalde hij mede het
jeugdbeleid van de gemeente. Voor al zijn verdiensten werd hij
geridderd in de orde van Oranje Nassau. In zijn bescheidenheid
vond hij dat onnodig, zo zelfs dat hij de eretekenen die
burgemeester Lichtenberg hem bracht, op de stoep van zijn huis
in ontvangst nam.
Bij de Historische Kring verzamelde hij veel materiaal. Van alle
artikelen waarvan hij dacht dat ze van belang konden zijn voor
onderzoek, maakte hij kopieën. Iedereen kon daar, na overleg,
gebruik van maken voor onderzoek en publicatie. Dat gold ook
voor de vele foto’s die hij als fervent amateurfotograaf maakte.
Aanvankelijk ontwikkelde en drukte hij die af in zijn donkere
kamer, later liet hij dat doen door een ontwikkelcentrale. Vaak
zag je hem op zaterdagmiddag met wapperende jas naar de bushalte
fietsen om nog snel even naar een Nijmeegse fotozaak te gaan.
Zijn aandachtsvelden binnen de Kring waren vooral het dialect en
de religie. Hij liet de kinderen van zijn klas regelmatig
verhaaltjes in het Gendts schrijven. ‘We moeten ervoor waken dat
het dialect, een deel van ons cultuurgoed, niet verloren gaat’
was zijn vaste overtuiging. Met Hennie Teunissen-Kersten, Wim
Kregting en Harrie Scholten werkte hij mee aan een aantal
onderzoeken van de universiteit van Nijmegen, waarvan de
resultaten in druk verschenen. Religie had zijn speciale
belangstelling. ‘Gelovig, maar niet dogmatisch’, zo herdacht een
van de sprekers hem. Misschien blijkt die opvatting al uit zijn
keuze voor de (openbare) rijkskweekschool in Maastricht. Dat
betekende wel dat een loopbaan aan een katholieke lagere school
in Limburg – en bijna alle scholen daar hadden die signatuur –
(bijna) onmogelijk was. Erudiet als hij was, waar hij ondanks
zijn bescheidenheid toch wel (en terecht) trots op was, kon hij
zich onzeker voelen. In oktober 1994 vierde de Martinusparochie
het honderdvijftigjarig jubileum, d.w.z. gerekend vanaf de
verhuizing uit Hulhuizen naar de Markt door pastoor Oosterik.
Tom stelde voor om naar aanleiding van deze festiviteit, samen
met anderen, een tentoonstelling en bijbehorende publicaties te
verzorgen. Vier weken voor de viering zei hij dat hij het niet
meer zag zitten en dat hij er mee wilde kappen. Dini van den
Bergh-Rensen heeft hem toen echt moeten dwingen het bijltje er
niet bij neer te gooien. En natuurlijk waren tentoonstelling en
alles wat daar bij hoorde een succes. Een dikke fotomap waarin
Tom aandacht schonk aan alle aspecten van het jubileum – en niet
alleen aan zijn bijdrage – getuigt daarvan.
We gaan Tom ook missen voor heel praktische zaken. Er lag geen
boek zo uit de band of Tom wist het te herstellen, geen foto of
hij had een negatief in zijn collectie, geen verzameling kopieën
of hij maakte er een handzame bundel van.
De laatste jaren sukkelde hij met zijn gezondheid. Zijn rug en
knieën lieten hem in de steek. Meerdere operaties en langdurige
fysiotherapie boden geen soelaas. Hij had het er heel moeilijk
mee dat hij niet meer kon gaan en staan waar hij wilde. Eind
februari werd hij met inwendige klachten opgenomen op de
intensive care van het Canisius-Wilhelmina Ziekenhuis in
Nijmegen, waar zijn toestand snel verslechterde en duidelijk
werd dat beter worden onmogelijk was. Hij had er vrede mee.
In Tom Nahon verliest de Historische Kring een betrokken en
deskundig kenner van de geschiedenis van Gendt, maar bovenal een
aimabel man. We zullen hem missen.
Namens de Historische Kring Gente,
Geert Visser
voorzitter