Ontwikkeling van de rivier
Henk Eerden raakte....
...als opgroeiend kind in Huissen verknocht aan de geschiedenis van de rivier en de uiterwaarden. Als projectleider van Rijkswaterstaat weet hij veel van het gedrag van de rivier. Vandaar dat de kring hem uitnodigde voor een lezing over de rivieren. Hij legt onder andere uit hoe je aan de historie van de rivier kunt aflezen, hoe een rivier zich gaat gedragen.

Geschiedenis van de rivier
Henk Eerden begint de lezing met een kaart waarop we zien
waar het water dat door de Waal stroomt, vandaan komt. Vanuit de
Zwitserse bergen door Duitsland naar Nederland stroomt het langs
Gendt, waarna het zich splitst en verder stroomt naar het westen
en de zee.
De Batavieren deden niet veel tegen het water. Ze woonden op
terpen en de rivier bepaalde zelf zijn loop. De Romeinen
daarentegen probeerden de rivier al op een grootschaliger manier
te controleren. Vanaf 1327 greep de mens – met alle goede
bedoelingen – in op de loop van de rivier. Soms leidde dit
echter tot onvoorziene nadelige gevolgen. Pas na het Rampjaar
1672, waarin we verwikkeld waren in meningsverschillen tussen de
bisschoppen van Munster en Keulen en Lodewijk XIV, werd er meer
opgetekend over de historie van de rivier en de menselijke
ingrepen. In die tijd werd een waterlinie gegraven om een
natuurlijke grens voor de vijand te creëren. Maar goed dat de
Fransen niet zo snel en secuur waren met hun aanval, want dan
hadden we nu Frans gesproken. Het volstromen van de waterlinie
alleen al duurde vier weken.
In de loop van de tijd slijten de bergen in Zwitserland af. De
brokstukken worden meegesleurd door het water. Ze worden tijdens
hun lange tocht naar zee kleiner en kleiner vermalen tot grind
en zand. De stroming van het zand is vaak anders dan we denken,
het zand slibt met een rollend effect aan de binnenkant van de
bocht aan (denk bijvoorbeeld aan de bekende bocht bij
scheepswerf Vahali).
Dat dit fenomeen pas later bekend werd, is te zien op oude
kaarten. Vroeger werden kribben scheef aangelegd. Na jaren kwam
men erachter dat het juist zand bijbracht en dat de rivier op
kritieke plaatsen smaller werd. De kribben andersom scheef
plaatsen zou de rivier alleen maar verbreden. Vandaar dat men de
kribben nu recht plaatst.
Door de koude winter van het afgelopen jaar is ijsvorming in de
rivier weer actueel. IJsgang ontstaat doordat op de bodem van de
rivier ijsschollen gevormd worden, die gaan drijven. Bij
vernauwing van een rivier kan een ijsdam ontstaan waardoor het
water opstuwt, met dijkdoorbraken als gevolg. Tussen 1809 en
1850 had ons land vaak te kampen met ijsrampen. Vroeger waren
dijkdoorbraken door de koude temperatuur en de slechte
vluchtmiddelen vaak catastrofaal. Om ijsgang te voorkomen werd
de rivier met kribben overal even breed gemaakt en nevengeulen
afgesloten. Tegenwoordig is de rivier veel warmer door de lozing
van afvalwater van krachtcentrales en komt ijsvorming bijna niet
meer voor.

Ontwikkeling van de rivier
Henk Eerden toont aan de hand van oude kaarten hoe de rivier
zich ontwikkelde. Op een kaart uit 1641 is te zien dat de
waterdoorvoer bij de Schenkenschans, waar vroeger de splitsing
lag, niet goed verloopt; er volgt een dijkdoorbraak omstreeks
1703. Na het Rampjaar 1672 is er flink aan de rivier gewerkt,
maar de rivier is nog steeds doorwaadbaar.
Door de Fransen en Pruisen op de nek gezeten in 1701, besluit
men de watersplitsing te verbeteren. In 1707 is het Pannerdensch
Kanaal klaar en het water stroomt goed. Zelfs te goed, want bij
hoogwater kan het water verderop niet weg. Er volgen
verschillende dijkdoorbraken in Spijk, Herwen, bij de Noorder
Lekdijk en Huissen (28 december 1769). Om het water te stuwen
wordt de rivier op verschillende plaatsen versmald. Na een groot
geschil met Pruisen komt er in 1771 een verdrag om de
rivierwerken grootschalig aan te pakken. In 1798 wordt
Rijkswaterstaat opgericht om toe te zien op de doorstroming van
de rivieren.
Ook Gendt (toen nog Gendt/Erlecom) heeft een dijkdoorbraak
gekend. Op een kaart uit 1632 is te zien dat de kribben – die
bij Gendt ver en scheef in de rivier liggen – zorgen voor
landaanwas. Hierdoor ontstaat een wisselende Waalbreedte en een
vernauwing bij Erlecom, wat uiteindelijk resulteert in een
dijkdoorbraak waardoor Erlecom aan de overkant van de Waal komt
te liggen. (Zie ook ons boek Gendt tussen stad en dorp, 2008) In
de 19e eeuw komen er rechte kribben en krijgt de rivier een
vaste breedte.

De toekomst: ruimte voor de rivier
Door de klimaatverandering en het feit dan men de dijken niet
eindeloos kan verhogen, is er landelijk bepaald dat er meer
ruimte voor de rivier moet komen. Het water in de Waal moet acht
centimeter omlaag. Als het water in Gendt minder ruimte krijgt,
heeft men in Bemmel te kampen met meer water. Als de Suikerdam
weggaat, wordt de stroming van het water harder. Allemaal
gevolgen waar Rijkswaterstaat rekening mee houdt.
Het voorlopige plan is: drie inlaten met beton van camping
Waalstrand tot steenfabriek de Zandberg en een kanaal dwars door
de polder voor de winning van klei. Dit zijn veel ingrepen voor
zo’n klein gebied. In dit plan (er zijn al meerdere versies
geweest) is er meer aandacht voor de omwonenden en het hele
gebied tot Haalderen is erbij betrokken. Het gebied wordt in
tweeën gedeeld en er komt een nevengeul. De plas bij de ingang
van de polder (nabij het vroegere pompgemaal) wordt gedempt en
omgetoverd tot natuurgebied. Er wordt minder kwel verwacht. De
camping mag blijven.
Henk Eerden denkt dat de oude geulen veranderd kunnen worden in
nieuwe nevengeulen. Deze geulen komen dan bij hoogwater vol te
staan. Hij vindt dat de cultuurhistorie zoveel mogelijk behouden
moet worden of terug moet keren; dat is altijd de beste
oplossing.
Met ongeveer 45 personen was er in Villa Ganita veel aandacht
voor deze lezing. Ook voor een kleine tentoonstelling over dit
onderwerp –ingericht door Gerard Janssen – was in de pauze veel
belangstelling. Ria Schouten
Ria Schouten