De Dries

Geen andere wijk in Gendt zal zo vaak in het nieuws zijn geweest als de Dries...

..Pas nog berichtte het wijkplatform Dries/Molenwijk dat een feestelijke burendag daar met aanbieding van een kunstwerk door de Woonstichting Gendt niet door hoefde te gaan. De bewoners hadden er geen zin in, omdat ze toch weinig onderling contact hadden. De sfeer in de wijk zou niet goed zijn, zo kopte De Gelderlander. Dat werd evengoed meteen ontkend door directeur Gerard van Dijk van de Woonstichting. Hij had zelf niet die indruk van de wijk en hij moet het eigenlijk ook weten want meer dan een derde, nl. 72 woningen in plan Dries I, zijn van de Stichting. De rest, 132 woningen, zijn koopwoningen, net als trouwens de vrijstaande en twee onder een kap woningen aan de straat Dries aan de noordgrens. 

 

De weg onder de dijk heette in de volksmond Onderlangs en officieel Dijkstraat. Op dit moment (rond 1970) zijn al enige huizen gesloopt voor de bouw van de wijk Dries.

 

  De Dries

Wie kent de Dries niet? Wanneer je via de dijk Gendt passeert, kun je de wijk de Dries, die aan de voet van de dijk ligt, gewoon niet missen. Vooral de lessenaardaken van de huizen, die iets boven de dijk uitsteken, zijn heel opvallend en trekken de aandacht. Eigenlijk lijkt een dergelijke wijk qua uitstraling beter in een stad te passen dan in dit landelijke poldergebied. Je zou denken dat de bouwgrond ter plaatse zo duur was, dat het stuk maximaal bebouwd moest worden. De Dries moest met zijn 38 huizen per hectare inderdaad in die tijd de gemeente Gendt uit de rode cijfers helpen. Moet je nagaan dat de VINEX-norm 30 woningen per hectare bedraagt! Toch valt, als je beter kijkt, op, dat de smalle straatjes met bouwblokken van hoofdzakelijk zes woningen onderbroken worden door grote parkeerterreinen en flinke lappen openbaar groen c.q. speelterreintjes met als uitschieter een heel groot speelveld net naast de dijk. De bouwblokken staan zo dicht op elkaar dat op de straat ertussen eigenlijk geen verkeer mogelijk is. En dat was in de tijd van het ontwerp en de bouw ook echt de bedoeling. De Dries is de eerste wijk in Gendt die verkeersarm en grotendeels autovrij moest zijn.

Het ideaal erachter

De wijk werd gerealiseerd in 1974/75. De Dries is dus toe aan het 35-jarige jubileum. In die tijd had men als ideaal een open gemeenschap met veel sociaal contact voor ogen. Buurtbewoners leefden dicht opeen en zouden zo een oogje op elkaar houden. De huizen waren goedkoop en dus geschikt voor jonge gezinnen. De kinderen moesten, onbelemmerd door verkeer, veilig op straat kunnen spelen. Vandaar dat de wijk een verkeersluwe inrichting kreeg. De sterke milieubewuste stroming die toen al heerste ñ en dat in een tijd dat ieder huishouden geen of hoogstens 1 auto had - wilde het gebruik van de auto terugdringen. Daarom moest de auto niet bij huis, maar op tamelijk grote parkeerterreinen aan de rand van het plan geparkeerd worden. De in totaal 204 huizen kregen in de wijk 233 parkeerplaatsen en er was sprake van 38 nog later te bouwen garageboxen. Degene die af en toe echt de auto voor zijn eigen huis nodig had, zoals bij een verhuizing, moest daarvoor een vergunning bij het plaatselijke politiebureau halen. De vuilnisauto moest nog diep in de wijk kunnen doordringen, maar dat kwam er in de praktijk ook niet van. De bewoners moeten hun containers iedere week in de buurt van de doorgaande weg neerzetten, waar ze dan geleegd worden.

Verder moest iedereen kunnen genieten van openbaar groen. Het was in eerste instantie de bedoeling dat de tuinen achter de huizen gemeenschappelijk werden, zonder hekken of erfafscheiding, maar dat kwam er niet van. Iedereen wilde het stukje dat hij of zij (gekocht) had, toch privé houden en dat gebeurde niet alleen bij de koopwoningen, maar ook bij de huurwoningen.

De wijk werd verdeeld in woonerven met hofjes en de naamgeving was er ook naar met Berkhof, Eikhof, Wilgenhof, Eshof en Peppelhof. Het hele bomenarsenaal kwam voorbij en de beplanting was conform de straatnaam hoewel je de nodige speurzin nodig had om de enkele eik op de Eikhof of de es op de Eshof te ontdekken. En hoewel de Berkhof enige jaren een behoorlijk aantal fraaie berken telde, verdwenen die grotendeels toen de bewoners over het afval van de bomen gingen klagen; maar dat terzijde.

Van het begin af aan was er in het bestemmingsplan de nodige vrijheid ingecalculeerd: wensen met betrekking tot uitbouwen van de gevel, voor een pergola aan de voorkant of een dakkapel aan de achterzijde zouden door de gemeente meteen toegestaan worden. 

Typering

Een wijk als de Dries heet een zogenaamde bloemkoolwijk te zijn net zoals overigens de Lootakkers I en II uit de latere jaren. De meeste wijken uit de jaren zeventig en tachtig zijn van dit type. Een bloemkoolwijk wordt gekenmerkt door een onduidelijke structuur van straatjes en hofjes, waarin nieuwkomers moeilijk de weg vinden en makkelijk verdwalen. De wijk is verdeeld in woonerven en heeft geen doorgaande wegen. Er zijn verschillende voor- en achterkantsituaties; bij het ene woonblok ligt de openbare ruimte naast het blok en bij het andere weer aan voor- of achterkant. Dit bemoeilijkt de oriëntering. Zo ligt bijvoorbeeld aan de Dijkstraat het ene woonblok met de voorkant en het andere met de achter/tuinkant naar de straat. De Berkhof bestaat uit een aantal tegenover elkaar liggende woonblokken die op een bepaald moment aan een kant onderbroken worden door een stuk groen. En hoewel de nummering van de huizen doorloopt, heeft iemand die de even nummers volgt door die groenonderbreking grote moeite de rest van de even huisnummers op de Berkhof te vinden. De koopwoningen in bloemkoolwijken behoren tot het goedkope segment en waren in dit geval vooral bedoeld voor de Gendtse inwoners, hoewel aanwas vanuit de omringende steden ook welkom was. Het zou het Gendtse inwonertal doen stijgen waardoor Gendt aan belang zou winnen. Dit werd inderdaad bereikt. In deze jaren steeg het aantal inwoners vooral door de extra huizen, want in 1974 vestigden zich 414 en in 1975 213 personen van buiten de gemeente in Gendt (zie statistisch overzicht).  

 
 

  De bouw

De naam Dries is een zogenaamde grasnaam en wordt gegeven aan lange tijd braakliggend land, waarop gras is gaan groeien.

De Dries was dan ook een voormalig weiland waar wat vrijstaande huizen aan de straat Dries en het zogenaamde Onderlangs onderaan de dijk stonden. Voor de toekomstige bouw van de wijk werden al vroegtijdig enkele boomgaarden gerooid. Tevens werden enkele huizen door de gemeente opgekocht en gesloopt. Een paar aan de straat Dries en dat van Stuard onderaan de dijk konden ingepast worden.

De prijs van de koopwoningen varieerde van É 64.618 tot É 73.976, afhankelijk van ligging en/of het een A-type met drie slaapkamers was of het grotere B-type met vier slaapkamers, maar met een kleinere badkamer dan A. Bovendien kregen eerste bewoners van het Rijk in tien jaar een behoorlijk subsidiebedrag terug. Dat was zelfs voor die tijd bijzonder gunstig en maakte de woningen uiterst aantrekkelijk voor starters. De woningen waren bijzonder groot, met berging aan de voorkant, open keuken en twee van de slaapkamers met entresol d.w.z. een zwevende vloer ofwel half plafond dat dienst kon doen als extra slaapruimte, speel- of hobbykamer etc. Veel van de entresols zijn later verbouwd tot zolder door op de slaapkamer een vaste trap naar deze verdieping te maken.

De gemeente Gendt wilde de lokale aannemers graag aan het werk houden en hen de bouw gunnen mits de bouwprijs laag bleef, omdat anders de subsidie verviel. Met vereende krachten en door het nodige te schrappen in het bestek van het Arnhemse architectenbureau Van Heelsbergen en Jansen lukte dat en konden Spoeltman, V.d. Velden en Weghorst aan de slag. De grootste besparing werd gerealiseerd in het schrappen van het dakbeschot. Het verhaal gaat, dat tot op het laatst gedubd werd over de bouwprijs. Die was nog net wat te hoog, totdat de stedenbouwkundige van de gemeente, dhr. Menting, op het lumineuze idee kwam de deurklink aan de binnenkant van de trapkast te schrappen. Dat zorgde ervoor dat de beoogde besparing gehaald kon worden.

De architectuur had heel wat door deze bezuiniging te lijden, want de dakbedekking moest nu bestaan uit grijze asbest golfplaten. Nu was het gebruik van asbest in die tijd nog normaal, want pas later werden de kankerverwekkende eigenschappen bekend en sinds 1993 is het verboden. Maar een dakbedekking met die golfplaten deed de Gendtenaren teveel aan veldschuren en varkenshokken denken. Bij nader inzien was het aantal Gendtenaren dat op de Dries een huis kocht, dan ook vrij beperkt, nl. 30, terwijl ze toch voorkeursrecht hadden bij de aankoop. Dit kwam voornamelijk door deze daken. Geen rechtgeaarde Gendtenaar die van huis uit ook nog ruimte gewend was, wilde geld uitgeven aan een huis, waar de omgeving zo min over dacht dat het met een varkenskot vergeleken werd. Tijdens de bouw bleek wel dat de ene aannemer soms wat vakkundiger en netter werkte dan de andere en bij en na oplevering openbaarden zich ook wel wat kinderziekten. Maar het grootste probleem openbaarde zich een paar jaar later en daardoor kwam de Dries keer op keer in het nieuws: condens!

 

Condens

Veel bewoners dachten na een paar jaar dat de daken lekten. Het ene huis had er meer last van dan het andere, maar de meesten hadden vochtproblemen op de bad- en slaapkamers. De kopers vormden een condenscommissie en hielden een enquête in de wijk (al in 1977) en daaruit bleek dat de helft van de koopwoningen wel wat zichtbare lekkage had. Vreemd genoeg kwam er hoegenaamd geen reactie van huurders op de enquête.

Nader onderzoek door TNO leerde, dat het probleem veroorzaakt werd door het ontbreken van dakbeschot en de gebrekkige isolatie tussen de plafonds en het asbest dak. De steenwoldekens ertussen lieten los of waren slordig, met kieren, aangebracht en het leefvocht condenseerde daardoor aan de binnenkant van het dak tegen de platen en kwam in de vorm van druppels weer naar beneden. De condenscommissie bracht geld bijeen om voor een bewoner aan de Wilgenhof een proefproces tegen zijn aannemer, Spoeltman, te beginnen en zocht naarstig naar een oplossing. Intussen waren ook de huurders over condens, vocht en slechte daken gaan klagen en zag de woningbouwvereniging zich in 1982 genoodzaakt om aannemer Klein Poelhuis uit Winterswijk in te schakelen voor dakherstel. Deze bracht nu folie en dakbeschot aan en vernieuwde waar nodig het isolatiemateriaal en de gordingen en verving meteen slechte dakplaten. Omdat hij toch al op de Dries werkte deed hij ook een gunstig aanbod tot dakherstel aan de koopwoningen en een groot aantal kopers ging hierop in omdat dit toch geen consequenties zou hebben voor een gerechtelijke procedure. Het proefproces werd trouwens wel gewonnen, maar de aannemers aansprakelijk stellen lukte de andere eigenaren niet meer in verband met de verjaringstermijn. Het proefproces bleek nl. voor die ene woning en niet voor de hele wijk te gelden. Er was teveel tijd overheen gegaan en V.d. Velden bestond zelfs niet meer. Er waren ook kopers die daarna om geld uit te sparen zelf, voorzichtig, hun dak onderhanden namen. Zo behoorden na al die jaren de condensproblemen tot het verleden.

Maar het asbest kwam steeds meer in een kwaad daglicht te staan. Er werd meer en meer over de gezondheidsrisico's bekend en met de jaren gingen de platen natuurlijk toch verweren en slijten, waardoor asbestdeeltjes vrij konden komen. Daarom zocht de condenscommissie naar een andere en mooiere oplossing en een betrouwbare aannemer. Die werd gevonden in de firma Vos te Heino die tegen de eeuwwisseling alle koophuizen ging voorzien van metalen platen met dakpanstructuur, zodat men meteen van het negatieve imago van de golfplaten en van het asbest af was. Eerst wilde men de renovatie nog gelijktijdig met de Woonstichting aanpakken, maar dat lukte niet omdat het grootschalig onderhoud van de huurwoningen pas enkele jaren later gepland stond. De eigenaren gingen voortvarend aan het werk. Per koopwoningblok werd gekozen of men een oranjerood of grijsblauw dak wilde. Wekenlang liepen asbestverwijderaars in ruimtepakken door het plan. Tegen de tijd dat de renovatie van de koopwoningen helemaal afgerond was begon in 2003 ook de Woonstichting aan de asbestverwijdering. Maar de huurhuizen kregen toch een andere bedekking dan de koopwoningen, omdat de stichting de metalen platen niet duurzaam genoeg vond. De keuze van de Woonstichting viel op de dakbedekking van de firma Eternit. Weer golfplaten, maar nu zonder asbest, en ditmaal driekleurig op advies van architect en bewonerscommissie. Geen gelukkig besluit volgens de kopers omdat dit detoneerde met hun woningen. Het moet echter gezegd worden, dat menig koopwoningblok door de afwijkende verfkleurkeuze van de individuele huisbezitter toentertijd ook niet bepaald uitstraling had. Hoewel er naar eenheid gestreefd wordt en dit meer en meer lukt, blijkt de praktijk zelfs nu af en toe nog weerbarstig. Want natuurlijk hebben nieuwe eigenaren na een huisaankoop bijna geen geld meer over voor de buitenkant. Maar de wijk wil er in ieder geval zelf alles aan doen om het imago te verbeteren 

Woonwagenkamp

Natuurlijk kwam de Dries nog vaker in het nieuws dan met de condens. Nieuws in de krant is per definitie vooral negatief en ook op de Dries werd er natuurlijk wel eens wat vernield of ingebroken, net als in iedere ander wijk. Soms was het heftiger. Zo werd er jaren gesteggeld over de komst van een woonwagenkamp, maar de gemeente zette ondanks bezwaren door onder het mom dat men aan de straat Dries al eigen grond had. Dat was oorspronkelijk voor een nieuwe school bestemd, maar daar was geen behoefte aan. Het is vreemd dat juist zo'n qua imago kwetsbare wijk door de gemeente daarvoor werd uitgekozen. Het kan zijn dat de gemeente dit de nieuwere wijken Lootakkers I en II wilde besparen. In eerste instantie had de gemeente bij het woonwagenkamp zelfs nog windturbines willen plaatsen, maar dat werd door de Kroon afgeserveerd. Aan de Binnendries verrees in 1986 een terrein met plaats voor vijf woonwagens. De vrees van omwonenden dat dit overlast zou geven en dat er een autosloperij zou komen, werd genegeerd door de gemeente, maar bleek al gauw bewaarheid. Uiteindelijk werd er voor de sloopauto's toch een plekje op het industrieterrein geregeld. Nu staan er trouwens nog maar een paar woonwagens aan de achterzijde van de Binnendries.

De Dries heeft dus de gemeente een aantal keren uit de brand geholpen: hier bij de verplichte herhuisvesting van woonwagens vanuit grote kampen naar kleine terreinen en al eerder bij de wel heel dichte bebouwing per hectare ter verlichting van de financiële situatie van de gemeente. Laat staan, dat de Dries nooit enig probleem heeft gemaakt van geluidshinder vanuit het Gannita circuit. Tot verbazing van de Driesbewoners moesten ze uit de krant vernemen dat die geluidshinder de bouw van de nog verder er vanaf gelegen Molenwijk dreigde te verhinderen. Die wijk is er later toch gekomen net als de sluiting van het Gannita ciruit in de Gendtse polder.  

 

Vocht


Maar in hetzelfde jaar (1986) kwamen ook de andere vochtproblemen in de wijk in de krant. Vooral de koopwoningen, die net achter de dijk lagen, hadden bij hoogwater kwelwater in de kruipruimte, maar er waren er ook met optrekkend vocht en schimmel. De huurwoningen lagen en liggen verder van de dijk af en hadden minder klachten. Toch wist een huurder om deze reden met succes de huurverhoging aan te vechten. Reden voor de Woningbouwvereniging Gendt (zoals de Woonstichting toen heette) om bij een geplande facelift van hun woningen met kunststof ramen, boeiboorden, daken van de berging en schilderwerk ook meteen de vochtproblemen te onderzoeken. Totale kosten van het renovatieproject rond de EU 1.000.000. De Woningbouwvereniging Gendt wilde hiermee meteen het imago van de Dries bij buitenstaanders verbeteren. Bewoners zelf vonden het wonen op de Dries namelijk wel gezellig. Van vocht bleek bij de huurwoningen alleen sprake als de leefwijze van de bewoner dat veroorzaakte, zoals bijv. bij de hobbyist die zelf wijn maakte. De vochtproblemen van de meeste woningen zijn overigens gelijktijdig met de dijkverzwaring van een paar jaar later grotendeels verdwenen. Alleen bij extreem hoogwater staat er bij een aantal koopwoningen nog water in de kruipruimte.

De laatste jaren is er landelijk steeds meer aandacht voor betonrot, omdat gebleken is dat in de jaren zeventig de fabrikanten van betonvloeren Kwaaitaal en Manta bij een haastklus teveel verhardingsversneller aan de betonvloeren toevoegden met als later gevolg betonrot. Iedere makelaar kijkt daar dus speciaal naar bij verkoop van een woning uit de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Bij een onderzoek van de Woonstichting een paar jaar geleden bleek ÈÈn woonblok van hen aan de Eikhof voor het grootste deel aangetast door betonrot. Bij de rest van de huurwoningen werd slechts incidenteel betonrot geconstateerd, overigens niet alleen op de Dries, maar ook op de Lootakkers.

Er is momenteel een soort hype gaande dat mensen van de wieg tot het graf in de eigen wijk moeten kunnen blijven wonen. Als men oud en slecht ter been wordt, moet er een mogelijkheid zijn om een aangepaste woning in de eigen omgeving te betrekken. Dit euvel werd daarom aangegrepen om samen met de gemeente een nieuw plan voor dit betreffende woonblok aan de Eikhof te creÎren. Het zou gesloopt worden en vervangen door een drie verdiepingen hoog appartementencomplex met seniorenwoningen om de opbouw van de wijk wat diverser te maken. Dit is vanwege gebrek aan financiÎn niet doorgegaan; de gemeente gaf dan toch de voorkeur aan het opknappen van een andere wijk in Lingewaard. In mijn ogen een goede beslissing, want dat zou de bouwkundige eenheid van het plan nogal verstoord hebben. De Woonstichting heeft nu, waar nodig, de vloeren met betonrot voorzien van een metalen steunconstructie waardoor ze weer jaren mee kunnen.  

Camping

Het is niet allemaal kommer en kwel. Er is ook af en toe positief nieuws, bijvoorbeeld dat er een kunstwerk geplaatst is, zoals de Gent aan de dijk of de Gent in de bestrating achter de Eikhof. Of dat er een concert in de wijk gehouden wordt, omdat er zoveel donateurs van Harmonie Caecilia wonen of dat er een toeristische trekpleister in de vorm van een minicamping komt. Helaas bleek dat laatste, hoewel de gemeente daar alle medewerking aan wilde verlenen, toch op kostbare rechtszaken uit te lopen. Op basis van bezwaar van bepaalde buren besloot de rechter uiteindelijk dat het niet haalbaar was vanwege de hindercirkel met het erachter gelegen fruitbedrijf. Laatst is er nog een AED (defibrilator) in de wijk gekomen en pas is er nog (juni 2010) een grote sport- en spelmiddag gehouden. En er was na alle commotie in de krant toch op 25 september jongstleden een plezierige burendag met een behoorlijk grote opkomst, die nog werd bekroond met een kunstwerk. Dus is de conclusie: op de Dries gebeurt altijd wat.

Wonen op de Dries


Gevraagd naar hun mening noemen bewoners en ex-bewoners een aantal voor- en nadelen (zie tabel).


Ook bij de Dries laat zich de toenemende individualisering van de samenleving gelden, zo liet het nieuwsbericht in het begin al zien. Men heeft wat minder met elkaar. De tuinen hebben 35 jaar na dato meestal hoge afscheidingen gekregen en de samenstelling van de wijk is gemêleerder geworden. Er is nog een aantal eerste bewoners, die intussen op leeftijd zijn en ook veel starters met jonge kinderen en deze bevolkingsgroepen hebben natuurlijk minder met elkaar gemeen, want ze hebben een andere leefstijl en dus minder contact. De bergingen aan de voorkant schermen het huis van de straat af en dragen bij aan het anonieme karakter.

In den lande is een aantal wijken uit de jaren zeventig en tachtig al aan het afglijden. Bloemkoolwijken als de Dries en Lootakkers zouden de probleemwijken, de Vogelaarwijken, van de toekomst kunnen worden en het wijkplatform, de gemeente Lingewaard en de Woonstichting is er dus alles aan gelegen om dit te voorkomen.

Het wijkplatform signaleert problemen en draagt oplossingen aan. Zo zijn er o.a. op hun instigatie meer parkeerplaatsen gecreëerd en is er betere verlichting gekomen om het gevoel van veiligheid ¥s avonds te verhogen. En het is goed en verstandig dat gemeente en Woonstichting al jaren bezig zijn met onderhoud en vernieuwing in het plan. Nu eens wordt door de gemeente de bestrating aangepakt, dan weer het openbare groen gekortwiekt, waardoor er meer doorkijkjes ontstaan, wat de veiligheid en sociale controle bevordert. Dan weer worden kleine speeltuintjes in minder kinderrijke straten omgetoverd tot openbare tuintjes waar de bewoners samen zorg voor dragen. Op die manier wordt de openbare ruimte, die eerst van niemand was en waar niemand naar omkeek, weer van iedereen. Dat voorkomt verloedering en maakt dat bewoners meer contact met elkaar houden.

Ook worden hele woonblokken zoals nu pas weer door de Woonstichting gerenoveerd. De gevels zijn volledig vervangen en op advies van een architect werd d.m.v. kleur een bepaalde hofstructuur geaccentueerd en tegenover elkaar liggende blokken door dezelfde kleur met elkaar verbonden: in de Berkhof ontstond zo een hofje met blauw en een hofje met terracotta schilderwerk, in de Eikhof een met karamel (geelbruin) en een met groen net als in de Wilgenhof.

Stukken van de bakstenen gevel zijn overeenkomstig gesausd. Het ziet er allemaal weer gelikt uit.

De renovatie werd nog met een kunstwerk bekroond. Want dat is toch doorgegaan, ondanks het bericht in het begin.

Binnenkort wil de Woonstichting nog bij hun woningarsenaal moderne schuttingen plaatsen en gaan bewoners met hun achtertuinafscheiding geholpen worden. Zo blijft de wijk nog jaren leefbaar. Met genoeg zorg verpietert een bloemkoolwijk niet.

Yvonne de Boer-Ravestein