Canon van Gendt

Dit is de Canon van Gendt in 47 puten

793 – Walter en Richlint schenken een hoeve met bijbehorende gebouwen in Gannita aan het klooster van Lorsch. Gannita is het oude Gendt en dit is dus de eerste keer dat Gendt genoemd wordt.

800 – Een stuk grond naast de kerk wordt geruild. Gendt is dan dus al gekerstend.

814 – De Gendtsche Waard, met een kerk, wordt door Gerward aan Lorsch geschonken.

790 – 850 Gerward. Hij zal waarschijnlijk rond 790 geboren en rond 850 gestorven zijn. Hij was welgesteld, waarschijnlijk van Frankische adel en een geestelijke. Hij had onroerend goed in Gendt en aldaar ook Nederlands eerste bibliotheek; 23 titels van manuscripten zijn daarvan vermeld. Hij is enige tijd bibliothecaris en bouwheer van Karel de Grote en Lodewijk de Vrome geweest en was bevriend met de biograaf van Karel de Grote, Einhard. Vermoed wordt dat hij een van de auteurs van de Annales Xantenses geweest is en dat hij het begin ervan geschreven heeft.

850 – Keizer Lotharius schenkt naast andere goederen ten noorden van de Maas ook de hof van Gendt aan de Noorman Rorik.

860 – De hof van Gendt wordt Rorik weer ontnomen, omdat hij onvoldoende bescherming tegen de Vikingaanvallen gegeven had en aan Lorsch geschonken.

Ca. 860 – Een St. Maartenskerk in Gendt wordt aan Lorsch geschonken door Meginger en zijn vrouw Irinfried.

866 – Graaf Ansfrid en zijn zoon krijgen tot hun dood de goederen van Lorsch in Gendt in bruikleen in ruil voor andere bezittingen van hen die aan het klooster overgedragen worden.

1024 – Koning Koenraad II schenkt nog eens extra het recht op de horigen van de hof in Gendt aan Lorsch.

1125 – 1137 Keizer Lotharius III bevestigt dat het kooster Lorsch de hof van Gendt bezit.

1228 – 1229 Het Benedictijner klooster Lorsch verkoopt zijn bezit in Gendt aan graaf Gerard van Gelre.

1233 – Vóór juli 1233 geeft graaf Otto II stadsrechten aan Gendt.

1312 – Koning Hendrik VII verklaart dat het stadsrecht van Gendt (en ook van andere Gelderse steden) niet meer geldt, maar graaf Reinald 1 van Gelre verleent meteen aan Gendt weer nieuwe stadsrechten.

1316 – Graaf Dirk IX van Kleef draagt zijn hof te Hulhuizen over aan Hendrik van Hulhuizen

1382 – Hertog Willem van Gelre en Gulik bevestigt de rechten van Gendt. De richter en schepenen van Gendt mogen nu nieuwe schepenen kiezen.

1402 – Willem van Broekhusen wordt beleend met het erfdrost- en hofmeesterambt in Gelre, waarbij een rente uit de Geldersche Weert in het kerspel Gendt hoorde.

1441 – Oudste vermelding van het huis Poelwijk met als bezitter Thomas Collaert.

1506 – Hertog Karel van Geldre geeft stad, kerspel en heerlijkheid Gendt in leen aan Hendrik van Gendt. Die bezit volledig de hoge jurisdictie en de lage jurisdictie over het gebied buiten de stad.

1538 – Arndt van der Voorst verschijnt voor de laatste keer als vertegenwoordiger van de stad Gendt op de landdag van Gelre.

de Canon van Gendt
de Canon van Gendt

1542 – Gendt hoort bij het kwartier van Nijmegen. 1547 – Gendt wil van keizer Karel V bevestigingvan haar rechten, maar hoort er niets meer over.

1548 – Rond deze tijd verlegt de Waal zich waardoor Gendt en Erlecom geen bestuurlijke eenheid meer vormen en gescheiden worden

1554 – Gendt is een van de kleine steden die nog steeds contributie aan de Hanze betalen en er dus lid van zijn.

1568 – Gendt hoeft van de Hof van Gelderland niet met schoppen aan de vestingwerken te helpen, wat andere dorpen wel moesten.

1605 – De heerlijkheid Gendt wordt van een Gelders een Zutphens leen.

1644 – Dijkdoorbraak onder Hulhuizen.

Voor 1731 – Afbraak van het middeleeuwse huis Poelwijk, uitgezonderd de toren..

Rond 1866 verschijnt een nieuw woonhuis bij de poorttoren. 1740 – De katholieken gaan in Hulhuizen ter kerke en het kleine, protestantse deel van de bevolking in het Gendtse Maartenskerkje, maar dat is zo groot, dat alleen nog het koor gebruikt wordt. De rest van het schip wordt als opslagplaats van dijkmateriaal gebruikt, zoals gereedschap, zandzakken e.d.

1766 – Reglement op het St. Sebastiaansgilde in de heerlijkheid Gendt.

1733 – De heer van Gendt draagt het recht van schouw over aan de dijkstoel van de Over-Betuwe.

1793 – Klooster Gravendal verkoopt de tienden van Gendt aan het ambt Over-Betuwe.

1795 – Gevecht in de Gendtse polder tussen Franse en Hannoveraanse troepen. Daarvandaan is de naam Franse Weide daar afkomstig.

1799 – van een kasteel bij de Hagevoort door jhr. J.G.W. Merkes van Gendt, dat al in Bestuur van het departement van de Rijn looft 50 dukaten uit voor het bekendmaken van degene die de vrijheidsboom te Gendt heeft omgehakt en een schotschrift heeft aangebracht aan het voormalige raadhuis.

1811- Ontstaan van de burgerlijke gemeente Gendt volgens napoleontische wetgeving.

1817 – Hulhuizen komt bij Nederland en bij Gendt.

1824 – Opheffing van de katholieke school in Hulhuizen.

1844 – Bouw nieuwe katholieke Martinuskerk, een Waterstaatskerk, aan de Markt waar nu de fysiotherapie zit.

1850 – Bouw, 1868, geveild en afgebroken.

1853 – Stichting van een katholieke school der eerste klasse in Gendt.

1895 – 1896 Grote sociale activiteit, resulterend in een vakbeweging voor steenfabrieksarbeiders o.l.v. pastoor Th. Huijgens en Hendrik Braam.

1908 – Een neogotische katholieke kerk wordt gebouwd aan de Nijmeegsestraat met een pastorie ernaast. De Waterstaatkerk wordt verenigingsgebouw.

1944 – Een groot deel van Gendt wordt verwoest, net als de kerk. Op 13 oktober was Gendt al geëvacueerd.

1945 – Gendt wordt op 2 april bevrijd.

1978 – Gieraktie bij het gemeentehuis. Uit protest stortte een boer voor de ingang een gierkar leeg.

1983 – 750 jarig bestaan Gendt als stad. Oprichting Historische Kring Gente.

1993 – 1200-jarig bestaan Gendt na eerste vermelding.

1997 – De Gendtse afluisteraffaire die het landelijke nieuws haalde.

2000 – Eind van dit jaar opheffing Gendt als zelfstandige gemeente, gaat met omringende dorpen door als Lingewaard.