Bijenteelt in Gendt en omstreken
De
laatste tijd is met enige regelmaat in de kranten te lezen dat
de situatie rond de bijenteelt zorgwekkend is. Daarom werd aan
mij door de Historische Kring Gente gevraagd om eens een stukje
te schrijven over de bijen en de oorzaken van de
achteruitgang....
Op dat moment realiseerde ik me dat ik met mijn 27 jaar
bestuurslidmaatschap van de Imkersbond ook deel ging uitmaken
van een stuk geschiedenis van de bijenteelt in Gendt en
omstreken.
Met mijn gezin nam ik onder andere deel aan braderieën tijdens
het kersenfeest, in het begin nog met een gratis kraam voor
Gendtse verenigingen. De kraam stond dan bij de fotozaak van
Van Driel, aan de Dorpstraat of bij bakker Van Beek. Vroeger stond je er drie dagen, van vrijdag tot en met
zondag, en dat voor de verkoop van dertig of veertig potjes
honing. Op het laatst beperkte ik dat tot 1 dag omdat er meer
KVP-ers (kijken-voelen-pleiten) waren en de lasten uiteindelijk
hoger werden dan de inkomsten.
![]() |
Adressen en telefoonnummers De Bijenvereniging:
Eric Blankert: 0481 423143 Rinus van Ravenstein: 0481 424393 Beide in Gendt.
|
Zoals gezegd, ben ik lid van de vereniging van imkers. Die werd
in het jaar 1948 opgericht als klein onderdeel van de grote
ABTB. De leden van de Imkersbond van de ABTB in onze omgeving
zijn: E.H.J. Blankert, Gendt (ondergetekende), J.W. Franken,
Bemmel, Th.H. Joosten, Gendt, G.E.M. Kersten, Elst, F.M. Krijnen,
Andelst, T.A.B.M. Lenderink, Gendt, F.J.A . Modde, Gendt, Th.W.M.
Rasing, Gendt, G.H. Schrijver, Huissen, C.R. Verlaan, Gendt,
C.H.W. Vernooy, Haalderen; W.J.C.M. Verstijnen, Bemmel en W.H.T.
Verwijen te Haalderen. Het is niet gezegd, dat ze ook allemaal
daadwerkelijk bijen houden of hebben gehouden.
Naast de afdeling bijen van de Aartsdiocesane Boeren-en Tuindersbond, zoals de volledige naam luidde, die volgens de
statuten meneer pastoor als raadsman (geestelijk adviseur) had,
bestond er ook nog de VBBN oftewel de Vereniging Behoud
Bijenteelt Nederland met een afdeling in Bemmel onder de naam
Hoop Doet Leven. Doordat deze afdeling jaarlijks een bijenbal
met muziek organiseerde, had men tot in de jaren zeventig
voldoende geld voor de jaaractiviteiten. Vorig jaar heeft deze
afdeling zichzelf echter opgeheven.

De oorspronkelijke reden om zich in de vorige eeuw te verenigen
in een imkersbond was toen het gebruik van bestrijdingsmiddelen
die schadelijk waren voor de bijen.
Een overzichtstentoonstelling van bestrijdingsmiddelen bij de
Boerenbond
Eigenlijk is er niet veel veranderd. We zien tegenwoordig
dezelfde problemen met stoffen als Imidacloprid en
beta-Cyfluthinn, Thiamethoxam, Metalaxyl, Fludioxor, Metiocarb
en Clothianidin. Ook de genetische manipulatie van gewassen
waardoor er voor insecten giftig stuifmeel wordt gemaakt, is
zeer verontrustend. Een bijenvolk heeft in het seizoen namelijk
wel ongeveer 45 kg stuifmeel nodig voor zijn broed. Als de jonge
koningin op de zgn. bruidsvluchten in voorjaar en zomer gepaard
heeft met de mannelijke bijen, de darren, en bevrucht is, begint
ze enige dagen later eitjes te leggen en wordt een broednest
opgebouwd. Dat nest heeft voeding nodig. Blijft zij door slecht
weer of een andere oorzaak onbevrucht, dan is het volk zonder
ingrijpen van de mens ten dode opgeschreven. In augustus begint
de darrenslacht, het verdrijven van de darren. Gemiddeld worden
die daardoor zeven weken oud. Aan het eind van de zomer en in
het najaar verzamelt het bijenvolk de voorraad waarvan het in de
winter moet leven. De bijen verzamelen nog zoveel mogelijk
honing en stuifmeel en dan gaat het volk in gelijke tred met de
natuur weer de winterrust in.
De oude, echte Gendtenaren herinneren zich wellicht nog Bart Hartjes, Bart Peters of Toon Kuster. Deze imkers hadden grote aantallen bijenvolken voor de bestuiving, zoals momenteel alleen nog Theo Joosten uit de Kommerdijk heeft. Dat deze mensen evenals de kleine imkers zeer waardevol zijn/waren voor de bestuiving van bloemen om zaden en vruchten te verkrijgen, is altijd ont- en miskend. Er waren namelijk voorlichters en onderzoekers die verkondigden dat windbestuiving en andere insecten wel voldoende zorgden voor de bevruchting in de fruitteelt. Dat was in de jaren zestig tot tachtig dus het credo. In mijn ogen was het niet vreemd dat de fruittelers die wel bijen inzetten, altijd goede vruchtzetting kregen.
Met het verdwijnen van de landbouwvoorlichting en het bijenonderwijs op land en tuinbouwscholen is er veel kennis over de bevruchting ofwel het samensmelten van stuifmeel en stamper verloren gegaan. De meeste aardbeienkwekers weten bijvoorbeeld niet, dat de optimale tijd voor de bestuiving van een aardbei tussen 11 uur ’s ochtends en 3 uur ’s middags ligt, omdat dan het stuifmeel en de stamper gelijk rijp zijn. Een rijk bloeiende framboos met een te hoge kaliumbemesting zal bijvoorbeeld niet bestoven worden. De kweker of teler die ’s morgens zijn duur
betaalde hommeltje ziet vliegen, rekent zich dan ten onrechte rijk. De cursisten van de Tuinbouwschool leren hier wat er zoal bij het verkrijgen van de honing komt kijken. Einstein heeft gezegd, dat als er geen bestuivende insecten meer zijn, de mensheid nog maar een aantal jaren heeft te leven. Dat maakt het nut van de bijen, die ook economisch in de vele miljoenen loopt, voor u wel duidelijk. Was de imkerij vroeger vaak een neveninkomen van de boer of de landarbeider, thans is het voor de meeste imkers een hobby of een passie.

In Gendt en Hulhuizen zijn er niet zoveel imkers meer over. Van onze vereniging alleen Theo Rasing, Theo Joosten, Frank Modde en ondergetekende met bijenvolken. Voorts zijn er enkele imkers die geen lid zijn van een vereniging zoals Rinus van Ravenstein en vermoedelijk Bart Hartjes, nu de afdeling Hoop Doet Leven is opgeheven. Door de komst van ziekten en veranderde imkermethoden in de bijteelt zijn de risico’s voor het aanhouden van grotere volken voor niet-specialisten financieel groot. Vermoedelijk door de infectie met de schimmel Nosema Ceranae verloor een imker in het westen van het land 450 bestuivingvolken. Buiten het verlies van zijn volken moest hij duur nieuwe bijen kopen om aan zijn bestuivingklanten, waarmee hij een contract had, tijdig te kunnen leveren. In Amerika heeft deze Total Calaps, CCD, in het Nederlands de ‘verdwijnziekte’, al voor veel problemen gezorgd: duizenden bijenvolken zijn gedood. De ziekten van de bijen zijn hetzelfde als in 1950 met als enige nieuwkomers of varianten van bestaande ziekten de Varroa Destructor (mijt uit Azië), de al genoemde schimmel Nosema Ceranae die de darm van de bij aantast, en voorts een groot aantal virussen (verminkte vleugeltjes virus, zwarte koninginnen virus etc.), zoals bij ons de griep ook veel varianten telt.
Met dit artikel vertrouw ik aan de opdracht van het bestuur voldaan te hebben en uw respect voor onze bijen te verkrijgen.
Eric Blankert
