6
oktober 1944..
Hoewel Nederland bezet was door de Duitsers, was het tot eind augustus 1944 vrij rustig in de Over-Betuwe. Daarna vonden er met regelmaat beschietingen plaats, waarbij in Gendt en Haalderen onder de burgerbevolking slachtoffers vielen. Na operatie Market Garden, die van 17 september t/m 26 september 1944 plaatsvond, werd het oorlogsgeweld veel grimmiger. De slag om Arnhem was voor de geallieerden en voor heel ons land een enorme dreun. De opmars naar Duitsland werd gestopt en er waren enorme verliezen. De brug in Nijmegen was nog wel in handen van de geallieerden. In Ooy en Erlecom langs de Waal voerden de geallieerden veel acties uit. In Gendt zaten veel Duitsers vooral achter de linie Waaldijk, Galgendaal, Zandvoort, Zandvoortsestraat en Flieren tot aan de Linge. Geallieerden militairen, voornamelijk Engelsen, schoten vanaf Erlecom, Haalderen en Baal op alles wat maar op een vijandelijk doel leek. De Engelse en Duitse posities lagen hier af en toe maar honderd meter uit elkaar. Op 4 en 5 oktober werd er veel over en weer geschoten.

Luchtfoto uit 1937. Op 6 oktober 1944 vond hier een beschieting plaats waarbij 6 mensen omkwamen.
Flieren
Vrijdag 6 oktober werd een droevige dag. De dag begon rustig
maar tegen 11 uur in de ochtend was er weer een zware
artilleriebeschieting vanuit Haalderen richting Flieren. Duitse
soldaten sommeerden mensen die in hun huizen of schuilkelders
zaten te vertrekken. Ook de families Kerkman, Dos Derksen en
Gerd Derksen die naast elkaar woonden in Flieren, hadden te
horen gekregen dat ze weg moesten. Deze gezinnen woonden
allemaal in bij Gerd Derksen, omdat de Duitsers de huizen van
Kerkman en van Dos Derksen hadden gevorderd.
Het was intussen rond het middaguur. Moeder Derksen, de vrouw
van Dos, wilde zekerheid omtrent het evacuatiebevel en zocht
daarom een Duitse soldaat op. Het driejarige dochtertje Dini
liep achter moeder aan. Meestal verbleven de drie gezinnen in de
schuilkelder die gebouwd was achter de schuur van oom Gerd
Derksen. In die schuur van oom Gerd werd gekookt voor drie
gezinnen: het gezin van Gerd Derksen zelf, het gezin van oom Dos
Derksen en het gezin Kerkman (allemaal buren). In de schuur waar
meestal ook gegeten werd, zorgde tante Riek op dat moment voor
het eten dat op de kachel stond. Het was bijna klaar en de twee
oudste dochters van Dos, Doortje en Marietje, dekten de tafel.
Hentje Kerkman en zijn vrouw Marie waren al naar de schuur
gegaan.

Links het kleine huisje van Kerkman en rechts het huis van
Dos Derksen, beide zwaar beschadigd.
Nadat moeder Derksen van een Duitse soldaat te horen had
gekregen dat ze van hem niet weg hoefden, wilde ze weer terug
naar de schuur.
Granaatinslag
Plotseling hoorde iedereen een enorme klap en door een voltreffer op de deur van de schuur werd moeder Derksen tegen de grond gedrukt. Weer opgekrabbeld en bij de schuur aangekomen zag ze in eerste instantie niets door de rookontwikkeling. Ze hoorde wel luid gekreun en op het gevoel vond ze haar twaalfjarige dochtertje Doortje, bewegingloos. Op de tast ging ze verder van de schuur naar de schuilkelder op zoek naar haar man en dochtertjes Rieka, Annie, Gerrie, de baby Betsie en de vijf kinderen van oom Gerd.

V.l.n.r. Doortje, Marietje en Dini Derksen.
Ook Jan Kerkman en zijn vrouw Sientje met hun tien kinderen zaten in de schuilkelder. Toen werd moeder Derksen duidelijk wie het van haar gezin overleefd hadden. Haar dochtertje Marietje van 10 jaar en het driejarige dochtertje Dini die haar achterna gelopen was, bleken evenals Doortje van 12 jaar dodelijk getroffen.

Gerd Derksen, man van Riek Derksen-van Workum en vader van Geert, Ans, Thea, Rikie en Cobie, stierf bij deze beschieting.
Oom Gerd die ook in de schuur was geweest, was zwaar gewond en
overleed enkele uren later in de schuilkelder waar hij naartoe
gebracht was, aan zijn verwondingen.

Hentje Kerkman en zijn echtgenote Maria Willemsen.
Ook Hentje Kerkman was dodelijk getroffen en zijn vrouw Marie
was ernstig gewond. Zij overleed de volgende dag in Doornenburg.
Alle drie de gezinnen werden aldus in diepe rouw gedompeld. Maar
zij waren niet de enigen, die dag.

In dit tijdelijke graf zijn begraven: Doortje, Marietje, Dini,
oom Gerd en Hentje Kerkman.
Dorus Burgers uit de Kommerdijk had met zijn gezin toevlucht
gezocht bij Bertus Roelofsen in Flieren. Ook deze families
kregen het bevel dat ze weg moesten. Op weg door de
Flierensestraat naar Doornenburg werden ze in de omgeving van
boerderij De Loohof beschoten. Hierbij kwamen Alberdina
Roelofsen van 4 jaar en haar neef (priesterstudent) Cor Burgers
van 22 jaar, die haar bij de hand hield, om het leven.


Alberdina Roelofsen en haar neef Cor Burgers.
Polder Haalderen
In de polder, op de grens van Haalderen en Gendt, vielen die dag ook slachtoffers, nl. Johannes Berns, schipper van beroep, en zijn echtgenote Elisabeth Berns-Boekhorst. Zij waren tijdelijk in Gendt bij familie gehuisvest. Toen zij op 6 oktober 1944 naar hun schip in het haventje bij de steenfabriek Haalderen gingen kijken,werden ze vanaf de overzijde van de Waal beschoten. Beiden overleefden dit niet, net als Gradus Hendriks.

Elisabeth Boekhorst en haar man Johannes Berns.
Gradus was ongehuwd en woonde in bij de familie Hoedemaker in
het Galgendaal. Hij was stalknecht bij steenfabrikant Dorsemagen.
Ook hij overleed nog op 6 oktober 1944 aan zijn verwondingen
door deze beschieting in de Haalderense polder. Uiteindelijk was
er op deze zwarte 6 oktober nog een ander dodelijk slachtoffer,
namelijk Johanna Vonk-Vogel. Zij was de echtgenote van schipper
Pieter Vonk. Daags ervoor was zij op dezelfde plaats vanaf de
overzijde van de Waal beschoten en op 6 oktober was zij degene
die het aantal Gendtse doden van die dag uiteindelijk op twaalf
bracht.

In augustus 1945 werd een overlijdensakte opgemaakt
Het gezin Dos Derksen bestond voor de verwoestende inslag uit
vader, moeder en 7 dochters. Op 17 augustus 1944 was het laatste
dochtertje Betsie geboren. Na de Tweede Wereldoorlog zijn nog
drie kinderen geboren: een Doortje, Marietje en als laatste een
jongen, Theo.

Theo van Dos Derksen (foto 1957). Op de achtergrond het
huis en de schuur waarin in 1944 zoveel slachtoffers vielen.
Bron: Rieka Derksen
Samensteling: Henk Klaassen